Home.Bibliografie.Pers.Publicaties.Lezingen.Siberische Husky's.Schepen.Winterkamperen.

BIOGRAFIE

Terug.

FLEUR VAN DER LAAN

Servaas

Thaiboksen

 

Fleur van der Laan werd op 10 september 1975 geboren te Voorhout. Zodra zij kon kruipen ontsnapte zij regelmatig uit de tuin van haar ouderlijk huis. Een oppasmoeder zei, nadat zij een week voor Fleur had gezorgd omdat haar vader en moeder op vakantie waren (Fleur was al twee jaar oud) : “dit kind heeft een eigen willetje. Die zal haar weg wel vinden.”

Fleur verhuisde op haar 3e naar Leiden, alwaar zij een broertje kreeg: Laurens

De buurjongen werd haar eerste vriendje. Hij wilde echter later in een Volvo rijden, terwijl Fleur het beroep van kleuterjuf voor ogen had en op de fiets naar school zou gaan. Hier werd al duidelijk dat zij niet voor elkaar bestemd waren.

De familie van der Laan verhuisde naar de Hoekse Waard. Ze woonden in een oud spookhuis aan het haventje van Oud Beijerland. Fleur mocht met de taxi naar de vrije school in Rotterdam. Spoedig kreeg zij nóg een broertje: Sebastiaan.

Het derde en laatste broertje werd geboren toen Fleur al negen jaar was. Het ventje kreeg de naam Servaas. Hij leek als twee druppels water op zijn zus.

Haar vader stuurde Fleur op haar 12e alleen naar Frankrijk en Engeland op vakantie zodat ze alvast iets van de wereld zag en andere talen kon leren. Op de ferry naar Engeland die heftig op en neer deinde in een storm ontdekte ze dat ze als enige van de 500 passagiers niet zeeziek werd.

Van 1988 tot 1994 was zij leerling op het Marnix Gymnasium te Rotterdam. Net voor haar eindexamenjaar verhuisden haar ouders naar Klaaswaal. Fleur was het polderleven zat en betrok een etage in een oud schoolgebouw in Rotterdam. Ze werkte als naaktmodel voor kunstenaars en had een broodbakbedrijfje.

Na het gymnasium zwierf zij 4 maanden liftend en lopend door Frankrijk, Spanje, Portugal en Italie, geïnspireerd door het boek “de Zwerftocht van Belcampo”.

Eenmaal weer terug in Rotterdam ontmoette zij een Schotse acteur. Ze verkocht haar bezittingen en reisde hem na naar Edinburgh, Schotland. De acteur bleek meer interesse te hebben in drugs dan in haar, en na twee weken verliet zij hem. Fleur vond een huis op het Schotse platteland en een baan als model op de Edinburgh Art College. Tevens volgde zij een opleiding in de etstechniek aan de Glasgow school of Art.

De Glaswegiaanse schrijver Barry Graham baseerde het hoofdpersonage Francoise in zijn boek  ‘Before’ op de belevenissen van Fleur in Schotland.

In 1996 reisde zij met haar ouders, die haar een bezoek gebracht hadden, mee terug naar Nederland. De onderwerpen van haar etsen veranderden van Schotse kastelen in schepen, toen zij regelmatig door de Rotterdamse haven fietste. Hier ontstond ook het verlangen om te gaan varen.

Ze leende een sjieke jas van een vriendin en solliciteerde naar een baan als serveerster op een Rijn-Donau cruiseboot. Nadat zij hete borden vol eten op de schoot van de kapitein had laten vallen, werd zij ontslagen. Ze bleek niet geschikt voor een baan in de horeca.

Ze meldde zich aan bij de Hogere Zeevaartschool te Rotterdam.

Na twee jaar zeevaartschool vertrok zij naar Kemi, Finland, waar zij als leerling aan boord stapte van een koopvaardijschip. De bemanning kon slecht wennen aan een meisje dat het machinistenvak wilde leren en maakte haar het leven zuur. Terwijl iedereen dacht dat Fleur het varen weer zou opgeven, stapte zij over op een ander schip. Na een half jaar op zee, zette zij weer voet aan wal.

Als zij niet op school hoefde te zijn, werkte zij als bouwvakker en naaktmodel. Ook publiceerde zij vervolgverhalen in de Schuttevaer die tot op heden wekelijks verschijnen. In de zomer maakte zij een rondreis op de fiets door Roemenie, op zoek naar Dracula.

In Haarlem, waar zij een tijdje woonde, volgde ze lessen kick-boksen, die later nog van pas zouden komen in de boksring van een café in het centrum van Laem Chabang (Thailand). Hoe het gevecht met een echte Thaibokser verliep, staat beschreven in haar novelle RUS.

Ze verliet Haarlem en huurde een woonboot aan de Schie. Ze kocht een bootje, knapte hem op en noemde hem Willem I. Met dit vaartuigje reisde zij naar de zeevaartschool.

In de hierop volgende jaren zwierf zij als machinist over de zeeen en ook door Rotterdam, op zoek naar een woning. Ze betrok vele kamers in Rotterdam West en Noord, maar vond uiteindelijk een rustige plek in Charlois, Rotterdam Zuid. Ze trad op met haar gitaar in café’s en droeg gedichten voor in o.a. café de Consul, het Bibliotheektheater en op Poetry International.

 

Wordt vervolgd